In het begin was het getal

Tachtig procent van de vrouwen heeft X al gebruikt. 85 procent van de deelnemers aan de test verklaarde te overwegen om over te schakelen op Y. Z bevat 33 procent meer hyalonzuur en 20 procent meer peptiden dan andere crèmes en laboratoriumonderzoek wees uit dat dagelijks gebruik gedurende een week de rimpels met 50 procent vermindert.

Ook al opgemerkt dat in de televisiereclame de statistieken, de percentages en de (slaag)cijfers welig tieren. En als het kan wordt een grafiekje in de spot getoond, liefst met een pijl die de hoogte inschiet, gevolgd door een bemoedigend woordje van een lichtjes grijzende man met witte stofjas in een helverlicht steriel decor. Een beroep op al of niet juiste onderzoeksresultaten moet de geloofwaardigheid van de boodschap versterken.

Geen betrouwbaar weten zonder wetenschap. Niet alleen de reclame bulkt van de cijfers, ook de krant staat vol met cijfers. Daar is niets mis mee natuurlijk. Integendeel, het is belangrijk om de omvang van een probleem te kennen en de impact van een zaak. Maar soms lijkt het of een mening geen noemenswaardige betekenis meer heeft zonder de staving door cijfers, een probleem geen ernstig probleem is zonder de percentages. Wat je niet kunt tellen, is misschien dan ook niet echt van tel. Het evangelie van Johannes begint met de zin: “In het begin was het woord…” Menig krantenartikel begint met de breuk: “Een op drie…”

Als speechschrijver van de eerste minister kreeg ik ook vaak van mijn opdrachtgever te horen: “Kun je er alvast een paar cijfers in stoppen?” “Want”, zo voegde hij eraan toe, “je weet: meten is weten.” Dit is de grote mythe van deze tijd: dat je alles in cijfers kunt uitdrukken – uiteindelijk misschien wel in de cijfers van het geld. Alsof alles te meten is, en de waarde van iets af te lezen valt aan de grootte van het begeleidend cijfer. Ik heb vaak aan mijn opdrachtgever geantwoord: Neen, meten is niet weten, meten is maar een heel klein beetje meten, het belangrijkste in het leven is niet te meten. Hij wist dat ook wel.

Waarom zijn cijfers zo belangrijk geworden, belangrijker dan woorden? Omdat cijfers exact zijn en woorden omschrijvend. Ook cijfers moet je interpreteren en tegen het licht van andere cijfers houden, maar de waarde van een cijfer is het cijfer zelf. Woorden zijn complexer, de waarde van een woord wordt bepaald door de waarden van een samenleving.

Je kunt maar omschrijven met woorden, als iedereen begrijpt wat je bedoelt. Daar zit hem het fundamentele probleem van deze tijd. We twijfelen aan de betekenis van woorden. Woorden hebben veel betekenissen. Soms evenveel betekenissen als er mensen zijn. Wij leven in een tijd van vertwijfeling, omdat we elkaar niet meer verstaan. De meertaligheid van onze samenleving is niet zozeer een van verschillende talen, maar een van verschillende waarden.

De mens is een individu geworden dat zijn zekerheden kwijt is. De zekerheden van een voor hem door anderen getrokken grenzen die hij in het individuele zowel als het maatschappelijke leven niet mag overschrijden. Hij kan nauwelijks nog refereren naar “zo hoort het”. Hij is bij manier van spreken uit het paradijs gezet. Ik bedoel niet uit een paradijselijke toestand, maar uit het paradijs met de boom van de kennis van goed en kwaad. Hij is nu helemaal alleen op zoek naar zijn inzicht in goed en kwaad en denkt bovendien dat hij, zoals alles in het leven, dat boompje zelf moet planten.

In die context zoekt de mens van vandaag zijn identiteit. En zolang hij die identiteit niet heeft gevonden, moeten cijfers en getallen hem vastheid bieden: zolang hij het waarom van de dingen nog niet kent, troost hij zich met het hoe van de dingen. Bij gebrek aan woorden die met nutteloze zekerheid de waarheid willen begrijpen, is er de nuttige zekerheid van cijfers die de werkelijkheid kunnen grijpen. We leven vandaag in de valse overtuiging dat nut en belang samenvallen: alleen wat nuttig is, heeft belang.

Zelf het wetenschappelijk onderzoek lijdt daaronder. Wetenschapsfilosoof Dirk van Delft had het daar onlangs over op de Nederlandse televisie (VPRO, 5 januari 2014). We moeten niet alles proberen in te passen in het ‘nuttige’, zei hij. Hij wees op het belang van wat hij het “vrijdagmiddagonderzoek” noemde. Wanneer de onderzoeksweek ten einde loopt, hebben wetenschappers wel eens zin om hun verplichte werk te laten rusten en te freewheelen, los van de ‘cijfers’ die hun zijn opgelegd. Veel grote ontdekkingen grepen plaats wanneer het ‘nut’ vergeten werd. De wereld gaat vooruit door hen die zich niet laten inperken, zei Van Delft.

Ook de menselijke vooruitgang grijpt plaats, wanneer wij de cijfers laten voor wat ze zijn, en de woorden ter harte nemen die geen nut hebben maar ons tot de Waarheid brengen (met hoofdletter).

Mark Van de Voorde ( Onafhankelijk publicist en columnist uit Vlaanderen.)

Welkom bij de volgende inspiratie: Maandag 24 februari 2014.