De grote meerderheid schreeuwt niet, slaat er niet op los maar laat zich kennen door tedere gebaren van kleine liefde.

De grote meerderheid schreeuwt niet, slaat er niet op los maar laat zich kennen door tedere gebaren van kleine liefde.

Kerstdag op een dag in 2015

Broeders en zusters, toen ik pas in het klooster was stond er in onze tuin geen enkele bank om eventjes op te zitten. Ik weet nog goed dat ik aan de toenmalige abt vroeg waarom er geen banken in de tuin waren. Je kunt dan even zitten, rusten of een boek lezen.

Hij vond het maar een gek idee. Je bent hier niet gekomen om te rusten maar om te werken! Bidden en lezen doe je maar op je kamer of in de kerk! Ik moest aan dit voorval denken toen ik de kerststal van dit jaar bewonderde. Dankzij de noeste arbeid van een vrijwilliger is de kerststal weer een stukje groter en mooier geworden. Er staat dit jaar ook een bankje bij. Een bankje om even, te midden van de drukte van alledag, even op adem te komen en het kersttafereel eens goed tot je te laten doordringen. Ik stel me de oude apostel Johannes zo voor: zittend op een bankje kijkt hij met dankbaarheid naar het verleden, schouwt hij met hoop reeds in de toekomst om zo met passie het heden te beleven. De vrucht van zijn gepeins over dat grote geheim dat God mens is geworden in Jezus hebben wij zo juist gehoord in zijn evangelie. Laten ook wij eens op dat bankje gaan zitten en kijken naar dat Kind in de kribbe.

Johannes zegt: ‘Niemand heeft ooit God gezien…Jezus, heeft Hem doen kennen’. Dat, broeders en zusters, is de grote aanstoot van kerstmis. In een weerloos kind in een voerbak zien wij wie God is: kwetsbaar, weerloos en klein. God komt niet in de wereld met vertoon van macht maar heel eenvoudig en nederig als een kind. Paus Franciscus noemt dit goddelijk handelen: de revolutie van de tederheid. Een tederheid waarnaar wij allemaal ten diepste verlangen.

Kijkend naar het Kind in de kribbe zie ik God, eenvoudig, nederigheid en teder. Met die eigenschappen wil Hij mijn hart omvormen en het gelijkvormig maken aan Zijn hart. Een dwaasheid voor een wereld waarin het ik de boventoon voert. Maar het geeft zoveel vreugde want ik hoef niet meer zo nodig de rijkste, de grootste of de machtigste te zijn. ‘Het is niet gemakkelijk deze gezonde nederigheid en een gelukkige soberheid te doen rijpen, als wij autonoom worden, als wij God uit ons leven buitensluiten en ons ik zijn plaats inneemt, als wij geloven dat onze subjectiviteit bepaalt wat goed en wat slecht is.’ (Laudato si)

Zittend op dat bankje voor de kerststal, kijkend naar het Kind in de kribbe wordt er een geweldig appel op ieder van ons gedaan. Wij moeten worden als dit Kind en dat betekent eenvoudig en nederig door het leven gaan. Niet bang zijn voor tederheid. Het is een levenshouding van de kleine gebaren, vaak onzichtbare daden. Deze weg ‘nodigt ons uit tot het praktiseren van de kleine weg van de liefde, geen enkele gelegenheid voor een vriendelijk woord, een glimlach, ieder klein gebaar dat vrede en vriendschap zaait, verloren te laten gaan; eenvoudige dagelijkse gebaren, waarbij wij de logica van geweld, uitbuiting, egoïsme doorbreken.’(Laudato si, 230)

De wereld waarin wij dit jaar kerst vieren lijkt steeds meer beheerst te worden door degene met de hardste stem, de sterkste vuist en het machtige belang van het eigen ik. Men doet ons graag geloven dit de stem van het zogenaamde volk is maar is het dan niet verrassend om te horen dat 7 van de 10 Nederlanders geen enkel probleem met een asielzoekerscentrum in hun buurt hebben? Is het dan niet opmerkelijk om zoveel vrijwilligers te zien die van alles en nog wat doen. De grote meerderheid schreeuwt niet, slaat er niet op los maar laat zich kennen door tedere gebaren van kleine liefde. Zo jammer, dat dit niet of onvoldoende gezien wordt maar ja, zittend op dat bankje bij de kerststal besef je ook dat God in de wereld kwam maar de zijnen aanvaarden Hem niet. Niet iedereen ziet dat kleine gebaar van de revolutie van tederheid. Wat zou de wereld er mooier op worden als wij eens wat meer op het bankje vóór de kerststal zaten!

Abt Bernardus Abdij Koningshoeven/Tilburg

Eerste lezing: Jes. 57,7-10; tweede lezing: Hebr. 1,1-6; evangelie: Joh. 1,1-18 De evangelietekst uit de Willibrordvertaling 1978: In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis, om te getuigen van het Licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het Licht, maar hij moest getuigen van het Licht. Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Aan allen echter die Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden; Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol van genade en waarheid. 15 Wij hebben Johannes’ getuigenis over Hem toen hij uitriep: ‘Deze was het van wie ik zei: Hij die achter mij komt, is mij voor, want Hij was eerder dan ik.’ 16 Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen: genade op genade. 17 Werd de Wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die in de schoot des Vaders is, Hij heeft Hem doen kennen.