Mindfulness IN DE WERELDRELIGIES: vervolg deel twee en conclusies

In de profetische literatuur wordt het beschouwen van de tekenen Gods in de schepping uitgebreid tot het aandachtige overwegen van de geschiedenis en de samenleving, om ook daar de goddelijke Leiding te vernemen. Vooral de profeet Jeremia heeft het over het luisteren naar God en de onwil van zijn volksgenoten om zijn stem te horen.

Dit gewaar zijn van de nabijheid van God in schepping en heilsgeschiedenis voert de vrome Joden tot een spiritualiteit waarin de dankbaarheid of de lof centraal staan en tot een extatische vreugde (die ook in het latere chassidisme terugkeert). Maar zij leidt ook tot het onderscheiden van eigenschappen in het duistere Godsmysterie.

De diepe dankbaarheid en eerbied (‘vreze des Heren’) van de vrome Jood brengt hem ertoe alles te zegenen vooraleer het gebruikt wordt. Dit steeds zegenen van voorwerpen en mensen en handelingen is weer een inoefening van het bewustzijn van de aanwezigheid van God in het alledaagse. Zo proberen de Joden steeds voor het aangezicht van God te staan, in diepe aandacht. Deze fysieke intensiteit maakt van de Joden ook een volk van het lichaam en niet alleen van het Boek. De aandacht verdicht zich weer op een andere wijze wanneer ze samenkomen om de Schriften te bestuderen, een scrupuleus respect opbrengend voor de geest en de letter van de Wet maar ook voor de interpretaties die zich gaandeweg hebben opgestapeld van die Wet.

In de latere joodse mystiek, ontstaan in Zuid-Frankrijk en Spanje, en die we de Kabbala heten, wordt deze joodse erfenis verdiept, eerst in de blije versie van de klassieke kabbala, en later, na de verdrijving van de Joden uit het Iberische schiereiland, in de tragische versie van de Luriaanse kabbala. Waar voor de klassieke kabbala de eigenschappen van God zich min of meer harmonisch manifesteren in de schepping en in de mens, wordt het in de Luriaanse kabbala een moeizaam gevecht om de sporen van het goddelijke licht terug te vinden en te bevrijden uit de macht van de duisternis. In beide gevallen staat wel de idee van harmonie centraal. De gelovige wordt geroepen de harmonie te zien en te bevorderen, ofwel de disharmonie gewaar te worden en dan te werken aan het herstel van de harmonie. ‘Eenmaking’, in zichzelf en in de werkelijkheid om hem heen, is de diepste betrachting van de vrome Jood.

In het chassidisme dat zich vooral in Oost-Europa verspreid vanaf de zeventiende eeuw gaat men deze aanwezigheid van God in de kosmos en de geschiedenis nauwlettend opsporen en verzamelen als vonken, door de mystieke praktijk van het aankleven. In al wat hij meemaakt en denkt en doet, wil de chassied heel dicht bij God blijven, zich éénmaken met hem. Door het onophoudelijke bidden, door het zingen en vertellen van verhalen wordt het dagelijkse leven geduid en geheiligd als een ontmoeting met God. Er is niets profaan meer, God is overal aanwezig. De joodse mystiek huldigt ook een sterk panentheïsme. Heel tekenend is het gebed van de rebbe Yitschak van Berditsjew dat Martin Buber opgenomen heeft in zijn Chassidische vertellingen:

Waarheen ik ook ga – Jij! Waar ik ook sta – Jij! Alleen maar Jij, en weer Jij en altijd Jij! Jij, Jij, Jij! Als het met mij goed gaat – Jij! Als het me pijn doet – Jij! Alleen maar Jij en nog eens Jij en altijd Jij! Jij, Jij, Jij! Hemel – Jij; aarde – Jij; boven – Jij; beneden – Jij; waarheen ik mij ook keer, aan ieder einde: alleen maar Jij en nog eens Jij en altijd Jij! Jij, Jij, Jij!

7) Aandacht in het christendom

Wanneer we aandacht zo ruim gaan opvatten als het verre Oosten maar ook de islam en het judaïsme ons leren, dan realiseren we ons dat ook in het christendom vele vormen van mindfulness aanwezig zijn. Eerst en vooral kunnen we het optreden van Jezus begrijpen als het wakker maken van het hart en dit zien als een vorm van christelijke mindfulness.

De ‘onderscheiding der geesten’ waar de ignatiaanse spiritualiteit zo sterk in is, is een vorm van mindfulness gericht op het waarnemen van de werking van God in het menselijke hart. Waar is de geest van het kwade in mij aan het werk, waar is de geest van God werkzaam? Ignatius nodigt ook uit om de in de hele schepping neerdalende liefde van God waar te nemen in zijn bekende ‘contemplatie om de liefde te verkrijgen’. ‘God in heel de schepping‘ is de titel van een boek dat de Vlaamse jezuïeten uitgaven en de kern van hun mystiek engagement vertolkt.

Mindfulness leeft ook heel sterk in de benedictijnse traditie, waar de bijbelse lectio divina heel levendig is gebleven. Het aandachtig zijn voor de Schrift en voor Gods aanwezigheid daarin, leidt bij uitbreiding tot de aandacht voor de nabijheid van God in het dagelijkse leven, in het omgaan met de natuur en in het scheppen van cultuur. Ook het besturen van een mensengemeenschap en het omgaan met financies en economie krijgt in de benedictijnse traditie een religieuze betekenis, voor wie waakzaam en aandachtig weet te leven. De aardse tijd en ruimte krijgen door de Regel van Benedictus een sacrale dimensie.

We kunnen ook aan de franciscaanse geest denken die het kosmische sterk revaloriseert. Het Zonnelied van Franciscus en zijn preken voor dieren zijn een erkenning dat de kosmos in zijn materialiteit en fysieke processen vol ‘symbolen van Godservaring’ steekt. In zon, maan en sterren, in water en vuur, in de aarde en het mysterie van de dood toont God zich en schenkt hij zijn werkzame nabijheid, voor wie aandachtig wil zijn.

In de karmelitaanse traditie (en nauw verwant daarmee Centering Prayer) toont zich dan weer een andere vorm van mindfulness. Ook hier speelt de zelfkennis een cruciale rol. Teresa van Avila en Jan van het Kruis reiken ons een kaart aan waarmee we de reikwijdte en progressieve diepten van de ziel leren kennen. Aan de hand van deze spirituele cartografie kunnen wij de innerlijkheid aan als een eindeloze beklimming, afdaling, reis naar de bron van Gods aanwezigheid in het allerdiepste centrum van de ziel. Het steeds aandachtig overwegen van de Christusfiguur leidt tot liefdevolle aandacht voor de aanwezige God, eerst tijdens het gebed en naar binnen gericht en vervolgens buiten het gebed om de kosmos gericht. ‘Gebed is het zich openen voor God’ (Thomas Keating)

‘Dios es el centro del alma’. Jan van het Kruis ervaart God als een Aanwezigheid die van binnenuit uitstroomt en heel de ziel zou willen inpalmen en daarna haar wijde omgeving. Het Goddelijke is een uitstromende bron, een om zich heen grijpend vuur. Wie het in zich ervaren heeft kan het ook terugvinden in de werkelijkheid om zich heen, in de kosmos en in de heilsgeschiedenis. Daarom haast Jan van het Kruis zich om de religieuze mens te leren aan God en Jezus te denken en dit denken aan steeds dieper en zuiverder te laten worden, tot het uiteindelijk een aan-denken zonder gedachten, een oplettende blik, een zuivere aandacht wordt voor het Mysterie, stilte voorbij alle woorden en beelden. Het hele wezen geraakt hier gericht op de volheid van God, voorbij alle particuliere akten en voorstellingen.

Ook het hesychasme verdient vermelding als een stroming die de (innerlijke) woestijn opzoekt om daar de eigen demonen gewaar te worden en daarin de werking van de goddelijke genade. De aandacht zowel voor het donkere mysterie van de mens als het lichtende Mysterie van de Christus wordt in één enkele gebedszin of zelfs in één enkel woord, de naam Jezus opgeroepen en warm gehouden. Het Jezusgebed is de christelijke dhikr.

Het lijstje zou kunnen uitgebreid worden met spiritualiteiten die sterk de aandacht richten op de aanwezigheid van God in de medemens, bij voorkeur de arme (Vincent de Paul en de actieve congregaties, Mgr. Romero en de bevrijdingsspiritualiteit). In alle vormen van mystiek christendom zouden we verschillende aspecten en dimensies van mindfulness of aandacht op het spoor kunnen komen. Ook in het christendom komt de religieuze groei van de mens neer op het verwerven van een diepe en alomvattende aandacht, voor zichzelf, voor de naaste, voor de natuur en voor het Mysterie dat zich erin aandient.

8) Conclusies 

Deze ruwe schets, met ongetwijfeld veel onnauwkeurigheden, en deze vogelvlucht over het landschap van mindfulness in de grote wereldreligies moge ons toelaten voorzichtig enkele conclusies te trekken.

Het is duidelijk dat mindfulness aanwezig is in de religies, in alle en op een centrale, fundamentele wijze. Aandacht vormt de diepste kern van de mystieke stromingen binnen de religies, ongeacht de verschillen in cultuur.

Maar elke religieuze cultuur zorgt dus toch voor een eigen inkleuring van de mindfulness, tenminste voor zover zij buiten de zuivere aandacht als ervaring zelf treedt en deze ervaring begint gestalte te geven in woorden, beelden en begrepen die eigen aan haar zijn. Zo krijgen we wel een geschakeerd zicht op de rijkdom en pluriformiteit van mindfulness.

Dit geeft mindfulness een sterk interreligieus potentieel: in ons denken onderscheiden we ons van elkaar, wat tot twist en strijd kan leiden, maar in deze zuivere aandacht voor de zuivere Aanwezigheid zijn we één en vinden we elkaar.

Eén constante lijkt wel overal terug te keren: aandacht is een vorm van betrokkenheid op het Mysterie dat de zintuigen en de ratio overstijgt. Mindfulness is niet nadenken en analyseren, maar gericht staan op, met het hele wezen, het is zuiver relatie zijn tot iets of iemand, het is aanwezig zijn bij, gewaar zijn van iets boven of onder alle denken of voelen uit. In de meeste tradities kan dit transnationale gericht zijn op het Mysterie dichterbij gebracht worden door het gebruik van een mantra of een enkelvoudig woord of klank.

Door deze bovenverstandelijke gerichtheid op het Mysterie, slaagt mindfulness erin tegelijk de transcendentie recht te doen, het Mysterie niet omlaag te halen in antropomorfismen, én de immanentie recht te doen, het Mysterie overal in ontdekkend en genietend. Begrippen en beelden beperken het Goddelijke, maar de zuivere openheid vindt het overal.

Aandacht is volgens de religies zelfs de diepste wezenskern van de mens: de aandacht woont in ons, wezenlijk, zij is het verblijf van God in ons, ja God zelf. Wij zijn openheid, ten diepste. Deze transcendente openheid diep in ons kan wel overdekt of ondergesneeuwd geraken, en daarom reiken de religies paden aan naar deze aandacht, pedagogieën van de openheid.

De diepte in ons zoekt de diepte van de werkelijkheid buiten ons, van de kosmos en van de mens. Het gewoonlijke manipulatieve analyseren wordt openheid op het mysterie, op het meer, op het dieper dat zich in de werkelijkheid aandient, en ‘dat is wat alle mensen God noemen’, om Thomas van Aquino na te spreken.

In de ervaring van de aandacht verschuift de perceptie van God of het Goddelijke van een ‘heilig Object’ naar een ‘transcendente Subjectiviteit’ (Merton): we kijken niet langer meer naar het Ultieme, maar het Ultieme kijkt door onze ogen naar de schepping.

De mindfulness die de religieuze mens leert ontwikkelen of blootleggen is multidimensioneel, is aandacht in vele richtingen. Gezien wij het meeste bij onszelf zijn, is de eerste, voor de hand liggende mindfulness het aandachtig kijken naar onszelf, naar wat er in ons omgaat, en de waarneming van steeds diepere gebieden in onszelf. Waarnemen is tegelijk ontdekken, transformeren, genezen en tot vervulling brengen. Plus est en vous, met het devies van de Brugse Gruuthuuse-familie.

Een dimensie impliciet of expliciet aanwezig in de praktijk van de mindfulness is het therapeutische. Door aandacht zichzelf en de innerlijke beleving te beschouwen treedt zowel onthechting als psychische integratie op. We komen tot zelfkennis en kunnen onze schaduwen op een positieve, constructieve manier integreren.

De aandacht voor de eigen innerlijkheid strekt zich spontaan uit naar de ander, de medemens. De religies leren ons ook in de ander het Mysterie te zoeken en te zien, dat bedolven ligt onder zijn kwetsuren of dwalingen. Alle religie leidt tot mededogen, tot het schouwen van het Ultieme in de andere mens, tot een diep begrip voor de onderlinge eenheid in het Mysterie. Er is niets zo caritatief als intermenselijke aandacht.

Achter de enkeling duikt de hele samenleving en haar geschiedenis op. Authentieke mindfulness leert ook dieper te kijken in processen die groepen en volkeren bepalen. De religies dagen ons uit tot een geëngageerde sociaal-politieke oplettendheid en wijsheid.

Naast de medemensen duiken de dingen en de natuur op in onze aandacht: we ervaren ons ingebed in de kosmos, ecologisch verantwoordelijk, in een aandachtige partnerschap met de aarde. Mindfulness geldt ook de voorwerpen waar we mee werken, de cultuur die we zelf medescheppend tot stand brengen, en de pracht en het geweld van de kosmos, haar fauna en flora. In deze voor de hand liggende voorwerpen zien we dieper, blikken we rechtstreeks in het Mysterie.

Aandacht floreert vooral in religieuze culturen die een non-dualistische werkelijkheidsvisie hebben. Waar het religieuze een afgebakende gans-andere is, buiten de kosmos en de mens, waar het een specifieke zijnde is, ook al is dat het allerhoogste zijnde, daar moet men zich toch altijd ergens wegrichten van deze werkelijkheid om een àndere waar te nemen. Dan moet men zich concentreren om iets specifieks in het vizier te krijgen.

Maar in elke religie vinden we een mystieke kern die non-dualistisch is en het Goddelijke ziet als de essentie en het diepste centrum van deze ondermaanse werkelijkheid. Voor hen is de godservaring geen àndere ervaring maar de diepte van de ervaring van déze wereld. Daarom is mystiek zeer humanistisch, maatschappijbetrokken en ecologisch.

Mindfulness kan een maatschappelijke integratieve functie hebben. In het samenleven laten de verschillen zich spontaan gevoelen en kunnen zij tot spanning en conflict leiden. Het leren alzijdig mindfull te worden, vermindert de interne spanningen en maakt ons empathisch en sociaal vaardig.

Het is tenslotte duidelijk dat aandacht een functie van de liefde is, de zuiver geworden liefde zelf is, die geen ander instrument meer nodig heeft. De aandacht als liefdevolle praxis van proberen niets anders meer te doen dan de ogen geopend te houden naar het duistere Mysterie wordt uiteindelijk passieve liefdevolle kennis die van niets meer bewust is dan van liefde (de inoefening mag dan achterwege blijven). God is liefde en niets anders; liefdevolle aandacht is de aanwezigheid van God. Aandacht voor Aanwezigheid, kortom pure aanwezigheid. Er is niets anders meer dan God.

 

ANNEX

 

Luister, o liefste! Ik ben de Werkelijkheid van de wereld, het centrum en de omtrek. Ik ben de delen ervan en het geheel. Ik ben de Wil, vastgesteld tussen hemel en aarde. Ik schiep de wa arneming in jou slechts om het object te zijn van Mijn waarneming. Als je dus Mij waarneemt, neem je jezelf waar, maar Mij kun je niet waarnemen door jezelf. Het is door Mijn oog dat je Mij ziet en jezelf ziet, het is niet door jouw oog dat je Mij kunt zien. Liefste, zovele malen heb Ik je geroepen, en je hebt Mij niet gehoord! Zovele malen heb Ik Mezelf aan jou getoond, en je hebt Mij niet gezien! Zovele malen heb Ik Mezelf gemaakt tot zoete uitwasemingen, en je hebt Mij niet geroken, smakelijke spijzen en je hebt Mij niet geproefd? Waarom kun je Mij niet bereiken doorheen de voorwerpen die je aanraakt? Of Mij inademen doorheen de zoete geuren? Waarom zie je Mij niet? Waarom hoor je Mij niet? Waarom? Waarom? Waarom? Mijn verrukkingen overtreffen voor jou alle andere verrukkingen, en het genieten dat Ik je schenk laat alle andere genietingen ver achter zich. Ik ben voor jou ver te verkiezen boven al wat goed is. Ik ben de Schoonheid, Ik ben de Genade, liefste, hou van Mij, hou van Mij alleen, hou van Mij met liefde. Niemand is je zo nabij als Ik ben. De anderen houden van jou omwille van henzelf: Ik, Ik hou van jou omwille van jou, en jij, jij vlucht zo ver van Mij… Liefste, je kunt Mij niet geven wat Ik jou geef, want als je nader komt tot Mij, is dat omdat Ik nader ben gekomen tot jou. Ik ben jou méér nabij dan jijzelf bij je bent, dan je ziel, dan je adem. Liefste, laten we naar de eenheid gaan… Laten we hand in hand gaan, binnengaan in de aanwezigheid van de Waarheid – dat zij ons oordeelt en haar zegel indrukt op Onze eenheid, voor altijd.

(Ibn Arabi)

 

Bij het eerste weekend van zaterdag 3  en zondag 4 september 2016 kan jij als Metgezel een nieuwe bijdrage lezen over mystieke inspiratie :

 

Wens je als bezoeker/Metgezel meer te weten over de mystieke inzichten van Pater Johannes Schietecatte verwijzen wij graag naar video opname met als titel:

Klik hier: MYSTIEK IN OPEN GRENZEN EN TIJDEN NAAR INNERLIJKHEID…

Haast U langzaam bij het zien en aanhoren van deze 25 minuutjes video.