Vervolg: ” Het kleine meisje hoop ” onder het thema: Hoop en Verzet

Ook liefde verwondert me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet,
soms niet te stelpen,
dat je toch vanzelf ziet hoe ze elkaar moeten helpen.
Ze zouden wel harten van steen moeten hebben
als ze voor een die tekort heeft
het brood niet uit hun mond zouden sparen.

Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.
Maar wat me verwondert,
zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.

Ze zien toch wat er in de wereld allemaal omgaat
en ze geloven dat het morgen allemaal omslaat.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop
nooit als overbodig ervaren
maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer wankelt
en dreigt neer te slaan maar altijd weer weet op te staan,
en nooit wil doven.

Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.
Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen en iedereen denkt:
die vrouwen houden haar bij de hand,
die wijzen de weg.

Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God,
ik zeg: het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop licht en richting geeft.

Want het is dat kleine meisje hoop –
je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is
– het is dat kleine meisje hoop dat de mensen zien laat,
zien soms even, wat in het leven mogelijk is.

Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.

Charles Péguy werd geboren in 1873, in Orléans, en sneuvelde in 1914 aan de Marne. Hij werd dichter en prozaïst. Zijn literaire loopbaan verliep met drie grote golfbewegingen. De eerste loopt van 1897 – 1900 en is vooral socialistisch en atheïstisch geaard. Het zijn jaren van een zoeken naar zichzelf, en inzet voor de maatschappelijke problemen van de tijd. Jeanne d’Arc, de Maagd van Orléans, is ondanks zijn atheïsme zijn voorbeeld en zijn inspiratiebron, aan wie hij verschillende literaire uitgaven wijdt, waaronder een drama, in 1897. In 1898 opent de dichter een socialistische boekenzaak en
uitgeverij, die hij eind 1899 weer verlaat om zich helemaal te wijden aan een in eigen beheer uit te geven tijdschrift.
1900 – 1910 is de golfbeweging die wordt gekenmerkt door een groei naar een nieuwe levensovertuiging, een wereldbeschouwing  op een hoger geestelijk vlak, dat leidt tot zijn overgang naar het christendom. Niet dat dit gezien mag worden als een vlucht uit de wereld en een zich afkeren van het socialisme, integendeel. Rond 1908 bekeert hij zich tot het katholicisme. In  1910-1914 is de periode van overgang naar een mystieke wereldbeschouwing, gebaseerd op het lijden van Christus, dat Péguy ziet als de menselijke basis van het haast mystiek verbond tussen het tijdelijke en het eeuwige.

 

Gegronde hoop :  Thema nummer bij TGL.

Maart 2017

Hoop op betere leefomstandigheden houdt mensen gaande, immers: hoop doet leven. De hoop is zoveel zwakker en breekbaarder dan de op berekening berustende en op zekerheid koersende verwachting. Maar tegelijkertijd is zij zoveel sterker dan de verwachting. De hoop, tot en met de hoop tegen beter weten in, mobiliseert mensen naar wat nog niet is, ze stelt het mogelijke boven het reële. Hoop houdt het verlangen gaande. Toch is er soms een manco dat aan hopen kleeft: ze blijft steken in dagdromen of fixeert zich op wat totaal onrealistisch is. Hoop blijft dan ijdel.
In dit TGL-nummer wordt hoop gekoppeld aan ons concrete leven, aan reële mogelijkheden om op maatschappelijk en individueel vlak het leven te verbeteren. Zo’n gegronde hoop kan niet zonder verzet, wil ze niet vervliegen. Er zijn immers veel obstakels te overwinnen – het belangrijkste is wellicht het gevoel dat ‘er toch nooit iets verandert’, kortom het gevoel van berusting en gelatenheid. In dit nummer komt dat verzet aan de orde in de vorm van (kleinschalige) sociale, politieke, economische en ecologische alternatieven: zelf opgezette inloophuizen; de inzet voor de herschikking van betaalde en onbetaalde arbeid; initiatieven aan de basis op het vlak van ecologische voedselproductie en -consumptie; handel en productie van goederen en diensten die aan het kapitalisme voorbij zijn; andere manieren van omgaan met vluchtelingen, etc. Deze en andere alternatieve initiatieven komen voort uit bewegingen aan de basis die aansturen op een actief burgerschap. Hoop en verzet komen er in samen en leiden tot concrete handelingsperspectieven.
Het zijn niet alleen actuele bewegingen en initiatieven die dit TGL-nummer aan de orde stelt. Ook oude inspiratiebronnen doen hun zegje. In het Eerste Testament is het profetische verzet tegen onrecht geworteld in de hoop op en de belofte van Gods bevrijding. In het Tweede Testament manifesteert zich de messiaanse hoop in de hulp aan elkaar, in het standhouden tegen de wereldlijke overmacht en in het hoog achten van de kwetsbaren, meer dan jezelf.
Hoop en verzet zijn geen kant en klare producten. Er moet altijd aan gewerkt worden en ze verdienen daarom voortdurend evaluatie en onderling gesprek. Daartoe nodigt dit nummer de lezers uit.

 Tijdschrift voor Geestelijk Leven: Meer info Klik hier