Jouw boodschap slaat aan bij een breed publiek in een nochtans zeer verdeelde samenleving. Hoe zou dat komen?
Het doet me veel plezier dat je dat zegt, want dat is ook echt mijn bedoeling: in die verbrokkelde en gepolariseerde samenleving proberen de standpunten een beetje samen te houden. Ik hoop ook dat ik gelovigen daarin kan meenemen, want vaak worden ze als groep opzij gezet. De familie van mijn grootvader was donkerblauw liberaal. Bij zijn schoondochter, mijn tante, waren ze dieprode socialisten. Toch kwamen ze goed overeen. Ook daardoor is mijn wereldbeeld mee bepaald; het kunnen bestaan in verschillen.
Ik kom zelf uit een heel katholiek nest en heb nooit de behoefte gevoeld om me daar tegen af te zetten. Waarden als geduld, eerbied, de ander laten voorgaan, werden ons vroeger door het geloof meegegeven. Nu dat niet meer het geval is, moeten we er actief op letten dat ze niet teloorgaan. Hoe kun je barmhartigheid, mededogen en zorgzaamheid op de kaart blijven houden? Daarvan heb ik mijn missie gemaakt, dat meen ik. Ik word er zelfs een beetje emotioneel van als ik het zeg.
Er is een verlangen naar ‘oude waarden’ en tegelijk lijken we er zo weinig mee te doen…
Tja, het zou wel heel pretentieus zijn te denken dat deze psychiater de samenleving zou kunnen veranderen. Niet alleen pretentieus, maar ook belachelijk. Er zijn wel meer stemmen, mensen die andere gedachten hebben over de wereld. Maar ik kijk hoopvol naar de wereld, ook naar de jonge mensen.
Toen Borderline Times uitkwam, mijn eerste boek dat een groot succes was, werd ik soms een oude Bijbelse profeet genoemd, die de apocalyps aankondigde. Dat is natuurlijk niet zo. Ik ben kritisch over de samenleving, juist omdat ik geloof in een samenleving waarin mensen het goed kunnen stellen. Kritiekloos en zelfgenoegzaam zijn, dat is pas het einde der tijden. Elke tijd heeft zijn miserie. Dat zie ik genoeg bij ouderen die bij mij op consultatie komen. Maar ik kijk wel met dankbaarheid naar het verleden. Er valt veel schoonheid en betekenis in te ontdekken, dingen die ver van onnozel zijn.
En nu schrijft De Wachter over wachten…
Vijftien jaar geleden was ik bij mijn mentor en collega Sam IJsseling op bezoek. Hij toonde me een boekje van Heidegger over het wachten. Mijn banale Vlaamse naam werd plotseling bekleed met betekenis die de essentie van het leven zou bevatten. Daar is het idee voor dit boek ontstaan.
Ben je zelf goed in wachten?
Ik ben altijd wel een geduldig mens geweest, ja. En dat heb ik van mijn vader. Hij was kinesist, masseerde de mensen en luisterde intussen aandachtig naar hen. Als psychiater is die gave natuurlijk ook erg belangrijk.
Hoe kun je barmhartigheid, mededogen en zorgzaamheid op de kaart blijven houden? Daarvan heb ik mijn missie gemaakt.
Je bent zwaar ziek geweest en moet nog regelmatig op controle. Wat helpt jou om daarin geduldig te blijven?
In 2021 werd kanker vastgesteld. Ik heb een zware behandeling ondergaan en de gevolgen daarvan vreten aan mijn energie. Ik werk veel minder dan vroeger, maar nog altijd meer dan de meeste mensen (lacht). Wat mij erdoor helpt? Werken. Dan ben ik meer met de zorgen van de patiënten bezig dan met de mijne. En mijn geliefde op de eerste plaats, samen met onze kinderen en kleinkinderen. We zijn goed verbonden, dat is zo belangrijk.
Elke drie maand moet ik op controle en vorige maand had ik een heel ongunstige scan, die een metastase deed vermoeden. Het konden mijn laatste maanden geweest zijn. Wachten op de juiste diagnose was toen heel frustrerend en lastig. Gelukkig bleek het ‘maar een klierziekte’. Dat komt er nu dus ook nog bij. Mijn prognose blijft natuurlijk wat ze is – niet zo goed. Dat moet ik aanvaarden, en ondertussen wil ik goed leven, en dan bedoel ik: zorgzaam en liefdevol.
Wachten is bij uitstek het thema van de advent. Komt het boek toevallig uit in deze periode?
Dat is ook een van de aanleidingen. Maar de advent kan ook begrepen worden als een periode met een duidelijke verwachting. Toen mijn nonkel-pastoor niet meer alleen kon wonen en mijn broer en ik hem verhuisden naar een woonzorgcentrum, vroeg hij ons: ‘Moet ik hier nu wachten?’ Hij bedoelde echt: wachten op de hemel, zoals je kunt wachten op de bus. Over zo’n wachten heb ik het niet in mijn boek. Heidegger heeft het over een wachten zonder verwachting, een open wachten.
Zoals het in verwachting zijn van een moeder, schrijf je. Onze lezers zullen meteen aan Maria denken…
Ik heb zelf drie kinderen en bij onze dochter twee kleinkinderen. Er is geen groter verwachting dan ‘in verwachting zijn’, want vanaf dat het kind wordt geboren, is het al een oefening in loslaten. Zoals Khalil Gibran zei: ‘Uw kinderen zijn uw kinderen niet.’ Opvoeden is kijken hoe dat wezen zijn eigen weg zoekt in het leven, en daarbij zeker in het begin een stukje voorgaan, maar toch ook al met heel veel respect voor de individuele gevoeligheid en je eigen verwachtingen temperen. Als psychiater zie ik mensen soms zulke dwingende verwachtingen in hun kinderen leggen, dat het moeilijk gaat lopen.
Maar hoe dat nu met het kerstverhaal in de advent spoort, dat laat ik maar aan jou over…
Misschien leggen mensen soms ook wel dwingende verwachtingen in dat kerstkind, in God. En misschien is dat ook op net dezelfde manier niet zo verstandig.
Het kan niet de bedoeling zijn dat het geloof al te concretistisch wordt, waarbij mensen bidden voor hun beursgenoteerde aandelen, bij wijze van spreken. Ik heb niet over de advent geschreven, maar wel over bidden. Als bidden is: het stil maken, even loskomen van alle toestanden in de wereld rondom u, stilstaan bij wat wezenlijk is, zitten we weer bij het open wachten en dan kan ik er wel iets mee. Religare is Latijn voor ‘verbinding’.
Als bidden is: het stil maken, dan kan ik er wel iets mee.
Ik kan me vinden in de theologie van Levinas, waarbij God niet uit de hemel komt, maar in de blik van de zorgvragende ander te vinden is. Ik geloof in die goddelijkheid. Wachten is daarin cruciaal. Het geduldig kijken naar de ander, het geduldig zijn met de ander. ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde.’
Tegelijk is het geen pleidooi voor een passieve levenshouding. Je citeert Hannah Arendt, die de term ‘natalité’ gebruikt om het te hebben over nieuwe kansen die gegrepen moeten worden. Hoe toepasselijk weer naar Kerstmis toe!
Of de Joodse Hannah Arendt, die zelf geen kinderen had, dat zo bedoeld heeft, moet je aan haar vragen. (lacht) Ze zal hoe dan ook wel sterk beïnvloed zijn geweest door het christendom. Tegelijk zijn leven en dood natuurlijk kernbegrippen in alle culturen en levensbeschouwingen. Voor Heidegger kreeg het leven zin door de dood: Sein zum Tode. Je kan er maar beter iets van maken. Hannah Arendt draait dat om en zegt: ‘Het is eigenlijk omdat we altijd weer terug opnieuw kunnen beginnen dat het leven zin krijgt.’ Dat vind ik eigenlijk wel mooier ook. Arendt was overigens een immense bewonderaar van Heidegger en zelfs tot na de oorlog zijn maîtresse, hoewel hij zich aan het nazisme had verbrand. Heel vreemd, maar goed, ik was er niet bij. Ik kon er niet tussen komen. Maar het is een mooi begrip, die nataliteit.
Mijn pleidooi voor wachten en bedachtzaamheid heeft inderdaad niets te maken met passiviteit. Het is meer het ‘watchful’ wachten van een dokter of psychiater, niet te vroeg ingrijpen, maar ook niet te laat. Er bestaat veel wachten als onrecht. Het wachten van arme mensen op een uitkering. Vaak resten er nog vele dagen van de maand als de rekening al leeg is. Op die uitkering wachten, drijft mensen tot wanhoop en verdriet. In oorlogssituaties schuilen kinderen bij bombardementen in kelders. Dat wachten is traumatisch. Zoals wachten op het nieuws of mensen van de familie de bombardementen overleefd hebben. Afschuwelijk. Het enige waarmee je niet mag wachten in het leven, is om de ander in de ogen kijken.
Er bestaat veel wachten als onrecht. Het wachten van arme mensen op een uitkering, bijvoorbeeld. Het enige waarmee je niet mag wachten, is om de ander in de ogen te kijken.
2026 wordt het jaar van je emeritaat. Hoe kijk je daarnaar uit?
Ik ben in maart 65 geworden en heb dus al een jaar verlenging gekregen aan de universiteit. In januari begin ik aan mijn laatste semester. Daarna blijf ik wel als gastprofessor verbonden. Tot voor mijn ziekte dacht ik nog: het begint nu juist goed op gang te komen! Maar nu besef ik dat het pensioen welkom is. Ik zal eindelijk meer tijd hebben om te doen wat ik het liefste doe: behalve patiënten zien is dat: naar Parijs gaan met mijn geliefde, musea bezoeken, wandelen, de kinderen en kleinkinderen zien, lezen.
Je boek lijkt op een afscheid, eindigend met het gedicht Eb van Vasalis.
Dat gedicht zal ik ook voorlezen op mijn emeritaatsviering. Ik ga me niet helemaal terugtrekken, maar met de drukte rond dit boek besef ik toch eens te meer dat een beetje meer rust welkom zal zijn. Weet je, ik krijg 250 mails per dag. Soms een heel levensverhaal. Daar wil ik zorgzaam mee omgaan, dus het is heel veel werk om te beantwoorden. Maar ja, je bent ‘psychiater van het vaderland’ of niet, hé. (lacht)
Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedere minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?
Vasalis
De drie zaligheden van het wachten
- Verrassende gedachten • Ik hou van Parijs en loop er graag een beetje verloren. Zo stond ik eens aan het kanaal Saint-Martin. De sluizen gingen net open. Terwijl ik sta te wachten tot de brug weer opengaat, dwalen mijn ge- dachten af. Voor mijn ogen doemt mijn wonderlijke grootmoeder op. Even later mijn prachtige dochter ten tijde van haar Erasmusjaar in deze stad. Heerlijk.
- Schoonheid • Ooit luisterde ik naar de Mattheüspassie in het kasteel van een Nederlandse zakenman die me uitgenodigd had. Een adembenemende uitvoering, maar het mooiste kwam na het slotkoraal Wir setzen uns mit Tränen nieder. De dirigent hield de stilte onwezenlijk lang vast. Die stilte, dat wachten op applaus, was mogelijk nog ontroerender dan alle pracht en schoonheid die we net voordien gehoord hadden.
- Ontmoeting • Tijdens corona stond er eens een lange rij bij de bakker. Iedereen was op zijn smartphone bezig, behalve ik. Ik had een boek bij. Plotseling zie ik voor mij nog iemand die een boek leest. Het bleek Bernard Dewulfte zijn, dichter en columnist voor De Standaard toen, korte tijd later overleden. Een jaar na datum ontmoette ik zijn vrouw op een lezing. Ze had een boek voor me bij. Bernard had het voor mij bedoeld, zei ze. We waren allebei wachters en hadden elkaar daarin ontmoet.
Geïnterviewd door Lieve Wouters, redacteur Otheo.
Met dank aan Website Otheo.
