Het is de eerste koude dag in Oxford maar de zon schijnt buiten. En binnen. Timothy vertelt hoe hij tot kardinaal werd gecreëerd door paus Franciscus. Tekenend voor de eenvoud en bescheidenheid van deze dominicaan is hoe hijzelf nog het meest verrast was door deze beslissing van de paus.
Radcliffe is pas terug van een bezoek aan de dominicanessen in een woest deel van Canada, of ‘berenland’ zoals hij het noemt. Hij vertelt mij dat hij sliep in een soort van hut even buiten het klooster. Een zaklamp moest ’s morgens en ’s avonds zijn pad verlichten als hij naar de lauden en de completen ging. Op een ochtend kwam een zuster van het klooster heel ongerust even checken of alles nog in orde was, want er waren die nacht beren gesignaleerd in de omgeving en te oordelen naar wat deze imposante dieren hadden achtergelaten rond zijn hut had Radcliffe inderdaad gezelschap gehad, hoewel hijzelf had geslapen als een roos!
Hij blijft reizen en preken hoewel de strijd tegen kanker hem heeft uitgeput. Een strijd die nooit meer voorbij zal zijn.
Het is typisch voor hem. Hij blijft reizen en preken hoewel de strijd tegen kanker hem heeft uitgeput. Een strijd die nooit meer voorbij zal zijn. Of het gebed iets kan betekenen als je de dood in de ogen kijkt, zo vraag ik hem. Zijn antwoord is mooi, eerlijk en inspirerend.
Na de periode dat hij opnieuw moest leren stappen, opnieuw moest leren spreken, neemt hij weer uitnodigingen aan om wereldwijd mensen te ondersteunen. Zijn ziekte heeft hem nog meer aangemoedigd om zijn tijd te gebruiken, goed te gebruiken. Ik schrik als ik hoor dat de plannen om in februari naar Kiev en Kharkiv, op de Russische grens te reizen, al klaar liggen. Meent hij dat echt?
De wanhoop van een frontsoldaat
Radcliffe is hevig bewogen door de oorlog in Oekraïne. Hij is sterk in zijn kwetsbaarheid maar ook kwetsbaar in zijn sterkte omdat hij echt meeleeft met de lijdende medemens, tot welke partij die ook behoort. Een ‘man van God’ maakt geen onderscheid. Vaak heb ik deze onconventionele religieuze man ontmoet tijdens een interview of een werkvergadering en dan praatten we over wat hem bezighield, maar nooit eerder zag ik hem zo geraakt als bij het verhaal dat hij nu vertelt over de wanhoop van een frontsoldaat. Er valt even een stilte in zijn vloeiend verhaal bij die herinnering.
Waarom reist hij, die toch niet meer zo sterk of zo jong is, naar oorlogsgebied, zo vraag ik hem. Zijn antwoord is weer mooi, ontroerend en inspirerend.
Hoe zit het met de jongeren, wil ik weten. Zijn ze nog geïnteresseerd in het veranderen van structuren in de Kerk of zijn ze eerder op zoek naar diepgaande spirituele ervaringen? Volgens een recent onthullend onderzoek over de toename van de orthodoxe Kerk in Nederland lijkt dat laatste het geval te zijn. Ook Radcliffe merkt nieuwe redenen waarom jongeren toetreden tot de katholiek Kerk, onverwachte redenen.
In januari zal Radcliffe, op vraag van paus Leo XIV, samen met alle kardinalen in Rome deelnemen aan een ‘buitengewoon’ consistorie, waarvan de thema’s momenteel in voorbereiding zijn. Maar eerst gaat deze dominicaan en kardinaal naar Barcelona om op de ‘Jornada Sant Jordi’ te spreken over ‘Leven in hoop’.
En wordt God niet het meest geraakt door hoop, nog meer dan door geloof en liefde, volgens de Franse schrijver Charles Péguy?
En plotseling: kardinaal
Timothy Radcliffe — kardinaal Radcliffe, moet ik zeggen…
Timothy Radcliffe: ‘Tot mijn grote verrassing.’
* Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten in Rome was u Magister van de Orde van de Dominicanen. Sindsdien is er veel gebeurd. Ik moest lachen toen ik las hoe u als jonge broeder tickets kreeg voor een pauselijke audiëntie en weigerde te gaan! En nu bent u kardinaal. Wat is er gebeurd
‘Wel, ik kwam destijds als jonge broeder in Rome aan met een goede vriend van mij, David, ook een dominicaan. David wilde graag naar die pauselijke audiëntie gaan waarvoor we kaarten hadden, maar ik was altijd wat wantrouwig tegenover alles wat op centralisatie leek, of wat wij vroeger ‘pausverering’ noemden. Dus ik zei: ‘Nee, ik wil niet naar de audiëntie.’
En David was teleurgesteld. Maar terwijl we toevallig langs de zijkant liepen, zagen we tot onze grote verrassing dat paus Paulus VI net was aangekomen en even stopte om enkele mensen te begroeten. Dus ik stormde op de paus af. Ik dacht: ‘Is dit niet geweldig? Dit is de opvolger van de Heilige Petrus!’
Mijn broeder David zei: ‘Ik begrijp je niet. Je wordt uitgenodigd voor een audiëntie en je slaat die af. Maar zodra je de paus ziet, ren je naar hem toe. Ik begrijp je niet.’
Ik antwoordde: ‘Ik begrijp mezelf niet’. En dat was ook zo. Vaak denk ik dat er in ieder van ons ambiguïteit zit.
Er is veel gebeurd sinds dat eerste bezoek dat ik samen met mijn medebroeder bracht aan Rome. Maar wat er vorig jaar voorviel, had ik nooit verwacht. In zekere zin was het een verrassing — bijna een komische verrassing — om te ontdekken dat ik uiteindelijk kardinaal ben geworden.’
* Hoe ging dat?
‘Het gebeurde tijdens de synode. Ik lunchte elke zaterdag in San Clemente, een café in Rome, gewoon om even weg te zijn van de synode. Op die bewuste dag keerde ik terug naar mijn kamer na de lunch en ik zag 43 e-mails in mijn inbox! Ik dacht: wat is hier aan de hand? Eén van die mails was van de prior van Blackfriars, ons dominicanenklooster in Oxford, die vroeg: ‘Is het waar?’
Ik antwoordde: ‘Is wát waar?’
De prior wist het dus voordat ik het wist! Het was verwarrend voor mij, want het enige wat ik echt wilde, was één van de broeders blijven.
Dus ging ik zo snel mogelijk naar paus Franciscus en zei: ‘Ik wil niet tot bisschop gewijd worden. Ik ben één van de broeders en wil dat niet verliezen.’ Het is namelijk zo dat, als je bisschop wordt, je het recht verliest om te stemmen of gekozen te worden binnen de orde. Je valt buiten wat men ‘de gehoorzaamheid van de orde’ noemt.
Typisch voor Paus Franciscus, is dat hij zei: ‘Neem je tijd. Jij beslist. Laat het mij weten. Wat je maar wilt.’
Ik vroeg dus om dispensatie van de bisschopswijding en daar was ik erg gelukkig mee. Diezelfde middag zat ik in de synodale zaal en plots werd het heel stil. Ik begreep niet waarom, tot ik zag dat de paus in zijn rolstoel naar mij toekwam.
Hij zei: ‘Ik vergat te zeggen dat je al die dure kardinaalskleren niet hoeft te kopen. Een zucchetto, een kruis en een ring — dat is genoeg.’ En daarmee gaf hij dus te kennen dat hij me tot kardinaal wilde creëren. En wat de kledij betreft: ik hield me aan wat hij gezegd had. Achteraf werd ik door sommigen aangevallen omdat ze vonden dat ik de traditie verbrak en niet het hele ambtsgewaad van een kardinaal droeg.
Maar ten eerste was het de suggestie van de paus zelf dat ik niet al de kardinaalskleren hoefde te dragen. Ten tweede was het ook de oude traditie: als je een religieus bent, draag je je kloosterhabijt. Alle portretten van dominicaanse kardinalen in de 19de en vroege 20ste eeuw tonen hen in hun habijt en niet in de kardinaalskleren.’
(Paus Franciscus verleende Timothy Radcliffe een zeldzame dispensatie van de verplichting dat alle kardinalen bisschoppen moeten zijn. De paus maakte Radcliffe lid van de orde van kardinaal-diakens en wees hem de kerk van de Heilige Namen van Jesus en Maria toe, gelegen in het historische centrum van Rome. Pittig detail is dat deze kerk, die door Paus Paulus VI tot titelkerk voor een kardinaal werd aangeduid, net de paus is die Timothy Radcliffe als jonge dominicaan onverwachts ontmoette in Rome nadat hij aanvankelijk niet naar de pauselijke audiëntie van deze paus wilde gaan. Tijdens het consistorie droeg Radcliffe zijn witte habijt van de dominicanen in plaats van de rode gewaden van een kardinaal, waarmee hij terugkeerde naar de traditie dat een lid van een orde dat tot kardinaal wordt benoemd, zijn kleding niet verandert. Tijdens het conclaaf van 2025 waarop paus Leo XIV verkozen werd, was Radcliffe de enige elector die geen bisschop was.)
Ik ging zo snel mogelijk naar paus Franciscus en zei: ‘Ik wil niet tot bisschop gewijd worden. Ik ben één van de broeders en wil dat niet verliezen.’
Dicht bij de afgrond
* Je werd getroffen door een zware vorm van kanker. Hoe heb je die periode beleefd?
‘Het was een uiterst moeilijke tijd. Een vriendin van mij, een dokter, waarschuwde me dat de operatie verschrikkelijk zou zijn. Ze zei: ‘Overweeg om het níet te doen. Je zult behoorlijk misvormd zijn en daarna ga je niet goed meer kunnen spreken.’
Ik heb geluk gehad — mijn kaak werd succesvol gereconstrueerd en ik kan weer spreken! Toch blijft het moeilijk; de helft van mijn mond is verlamd, maar ik kan wel spreken.
In die periode merkte ik verschillende dingen op. Ten eerste: ziekenhuizen zijn heel religieuze plaatsen. Toen ik daar lag, kwamen zoveel mensen naar me toe. Iemand zei me: ‘Ik heb gehoord dat u priester bent. Ik ben moslim.’ Een jonge Spaanse arts kwam me begroeten en zei: ‘Ik ben katholiek…’ Mensen wilden hun eigen geloof delen en dat van mij horen. We denken vaak dat ziekenhuizen seculiere plaatsen zijn, maar in mijn ervaring zijn ze dat niet.
Ten tweede: bidden was moeilijk in de eerste weken. Ik was zo moe dat ik zelfs het Onzevader niet helemaal kon uitspreken. Ik kon alleen de beginwoorden: ‘Onze Vader…’ zeggen en dan was ik te moe om verder te spreken.
Ik was voortdurend dorstig. Ik moest vaak denken aan Psalm 62: ‘U, God, bent mijn God, naar u smacht mijn ziel.’ Door de operatie kreeg ik drie weken lang alleen vloeibaar voedsel via een buis in mijn neus. Ik verlangde intens naar een glas water. Toen ik na drie weken eindelijk water mocht drinken, was het het heerlijkste wat ik ooit had geproefd.’
* Wat heeft u hier doorheen geholpen?
‘Het was ontzettend belangrijk dat mijn broeders er waren. Het was nog steeds de covid-tijd, dus niemand mocht lang op bezoek komen. Maar elke dag kwam één broeder gedurende tien minuten langs. Dat was enorm waardevol.
Wat mij ook buitengewoon heeft geholpen, was dat ik een project had, namelijk een boek schrijven met een jonge Poolse dominicaan, Łukasz Popko. We waren een week voor mijn diagnose overeengekomen het boek (Questioning God, nvdr) te schrijven. Toen ik ziek in bed lag, had ik iets om voor te leven, en niet enkel om te overleven. Dat was van onschatbare waarde.’
* Je kaak is gereconstrueerd…
‘Dat klopt. Ze hebben een deel van mijn been hiervoor gebruikt. Het moeilijkste was om opnieuw te leren lopen. Ik mocht een maand lang mijn voet niet op de grond zetten, anders zou mijn been bezwijken. Ik moest opnieuw leren lopen, opnieuw leren spreken, want alles was verlamd. Eten blijft moeilijk. Maar Lucette, ik heb een prachtig leven.’
Je houdt jezelf niet in leven. Je wordt gedragen. Je wordt ondersteund
* Uw reactie is wel ongelooflijk positief maar ook zo typisch voor u. Welke gedachten of ervaringen uit die periode zijn u bijgebleven?
‘Tijdens mijn ziekte had ik een intense ervaring van mijn sterfelijkheid. Ik voelde me als een van die tekenfilmfiguren die vrolijk over een klif stappen en blijven doorlopen tot ze naar beneden kijken en dan tot hun ontzetting zien dat er niets onder hen is. Dan besef je: je houdt jezelf niet in leven. Je wordt gedragen. Je wordt ondersteund.
Ik besefte plots dat mijn leven een gave is — elke dag een onverwachte gave.
Ik ben dicht bij de dood geweest. Ik wist dat, zelfs als de operatie zou slagen, de levensverwachting niet hoog zou zijn, want dit type van kanker raak je nooit echt kwijt. Dus elke dag voelt extra kostbaar aan. De verleiding is dan om te hard te werken. Ik denk vaak: ‘Dit kan mijn laatste dag zijn, ik moet dus hard werken.’ Ik besef dat dit ook een soort van werkverslaving is. Maar ik moet — zucht — rusten.’
* Bidden is belangrijk voor u. Wat vindt u van Meister Eckharts uitspraak: ‘Wij bidden niet, wij worden gebeden’?
‘Dat klopt helemaal. Wat mij helpt om tot gebed te komen, is het volgende. ’s Ochtends gaan de meesten van ons naar de kapel voor de lauden. Ik probeer anderen te overtuigen om niet alle lichten aan te doen zodat we beter tot gebed kunnen komen. Mijn medenovice Simon Tugwell vertrouwde me ooit toe: je gaat niet naar de kapel om íets te doen. Je gaat, voor het geval God iets met jóu wil doen. Dat klopt dus met wat Eckhart zegt.
Ik hou van die momenten in de Bijbel waarop God mensen bij hun naam roept. Ik denk aan Mozes die antwoordt met één eenvoudig Hebreeuws woord: Hineni — ‘Hier ben ik’.
Als je gaat bidden, bid je natuurlijk voor je vrienden, voor mensen in nood, voor al wat je wordt toevertrouwd, maar de kern van gebed is: ‘Hier ben ik’. Beschikbaar zijn. Aanwezig zijn. Klaar om te antwoorden op een oproep.’
* Wie is ‘ik’? Is het de persoon die antwoordt, of is het God die zegt: ‘Hier ben ik’?
‘Ik zeg tegen God: ‘God, hier ben ik.’ Maar natuurlijk zegt Hij ook: ‘Hier ben ík.’’
Ik hou van die momenten in de Bijbel waarop God mensen bij hun naam roept.
Vriendschap
* Wat was voor jou het meest waardevol tijdens je ziekte?
‘De schoonheid van vriendschap — met God en met de mensen van wie ik hou. Het belangrijkste is gewoon bij hen te zijn.
In de liturgie herhalen we vier keer de woorden: ‘De Heer zij met u.’ Dat benadrukt dat God niet wil dat mensen vergeten dat Hij bij hen is.
Tijdens mijn ziekte dacht ik veel na over mijn leven. Mijn mooiste herinneringen zijn die waarin ik gewoon bij iemand was. Samen op een bank, in een tuin, in een bos, met een drankje of helemaal niets. Stilte is genoeg.
In diepe relaties word je iemand die je met niemand anders kunt zijn. Elke echte vriendschap brengt een aspect van je persoon tot leven dat niemand anders kan oproepen. Daarom geloof ik dat we veel vrienden moeten hebben.’
‘Genuflecting’
* In uw boek Alive in God heeft u het herhaaldelijk over knielen. U gebruikt dan het Engelse woord ‘genuflecting’, wat nog een andere betekenis heeft dan de Nederlandse vertaling voor ‘knielen’ die wij gebruiken. Waarom is dit zo belangrijk voor u?
‘Knielen is een beweging — neergaan en weer opstaan. Het is precies de beweging van Jezus Christus zoals beschreven in Filippenzen 2:7-8: ‘Jezus daalde neer, werd één van ons, en werd verheven.’
Het gaat niet alleen om het knielen, het is ‘genuflecting’, je gaat door de knieën, je buigt de knie en je staat op. Het is dus knielen en weer opstaan. Onze waardigheid ligt in het staan.
Wanneer we naar het evangelie luisteren, staan we. Maar dat staan, is niet zomaar ‘opstaan’ — het is opgetild worden. We knielen om te kunnen opstaan; we dalen neer om verheven te worden.
Ik hou van Etty Hillesum, die beschreef hoe haar hele lichaam verlangde naar knielen én naar staan.
Na mijn operatie duurde het drie jaar voor ik weer kon knielen, want één been was te beschadigd. Nu is het opnieuw onzeker of het lukt.’
We knielen om te kunnen opstaan; we dalen neer om verheven te worden.
Oorlogsgebieden
* Je bent vaak in conflict- en oorlogsgebieden geweest. En nu ben je van plan om naar Kharkiv te gaan.
‘Ja, ik ga in februari.’
* Die stad ligt aan de Russische grens in extreem gevaarlijk gebied.
‘Lucette, als een celibatair zonder kinderen zijn leven niet mag riskeren — wie dan wel? Eén van de mooie dingen aan ons religieuze leven is dat je risico’s kunt nemen die een getrouwd persoon niet kan nemen; dat zou onverantwoord zijn. Mijn Dominicaanse broeders en zusters leven permanent in Kharkiv. Ze lopen elke dag gevaar. Waarom zou ik niet twee of drie dagen kunnen gaan?’
* Zijn er dominicanen in deze regio?
‘Ja, in Kharkiv, Lviv en Fastiv — overal in de regio.’
* Wat ga je er doen?
‘Aanwezig zijn — dat is het belangrijkste. Ik zal ook lezingen geven. Ik wacht nog op het programma. Ik vlieg naar Warschau, en dan — dat had ik niet beseft — is het 24 uur met de trein naar Kiev! Ik verblijf bij de broeders, geef lezingen, en daarna is het vijf uur met de trein naar Kharkiv.’
* Stel, je zit aan een onderhandelingstafel, wat zou je de oorlogvoerende partijen voor ogen houden?
‘Dat is altijd specifiek, nooit algemeen. Ik zou alle partijen willen vragen zich het lijden van de ander voor te stellen. Er zijn al anderhalf miljoen jonge Russen gedood of gewond. Ik zag toevallig een video van een jonge Rus die door een drone werd gevolgd en besefte dat hij gedood zou worden. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. Ik heb uren gehuild. (Stilte) Als de Oekraïners en de Russen het lijden van de ander konden zien. Of het lijden in Gaza…’
Ik zag een video van een jonge Rus die door een drone werd gevolgd en besefte dat hij gedood zou worden. Uiteindelijk pleegde hij zelfmoord. Ik heb uren gehuild.
De stille revival
* In uw boek Alive in God schrijft u dat spirituele ervaringen bij jongeren niet zeldzaam zijn, maar dat deze jongeren een kader missen om die ervaringen te begrijpen. Hoe kan de Kerk dat kader vandaag bieden?
‘Wetenschappelijk onderzoek toont dat de meeste mensen in hun tienerjaren een ervaring van transcendentie hebben. We onderschatten hoe mooi mensen het vinden om te kunnen aanbidden, prijzen, lof te zingen.
Het verhaal van de Ierse historicus Peter Brown is bijzonder. Brown is een belangrijk patristische geleerde (iemand die de leer en geschriften van de Kerkvaders (patristiek) bestudeert, nvdr) die al jaren niet meer praktiserend christen was. Toen hij in Iran was, hoorde hij plots de oproep tot gebed en hij voelde ineens: ‘Dit is wat ik gemist heb!’ Hij ontdekte dat het verlangen om God te loven en te prijzen helemaal niet vreemd was. De volgende dag ging hij weer naar de eucharistie — na een onderbreking van twintig jaar.
In Engeland spreken we over een ‘stille revival’: jonge mensen, vooral mannen, zoeken het christendom opnieuw. Elk jaar worden er meer mensen opgenomen in de Kerk. En het eerste wat ze willen, is deze vorm van aanbidden, prijzen, vereren, beleven.
We moeten een vorm van lofprijzing vinden die niet onderdanig is, maar het tegendeel uitdrukt namelijk de essentie van je menselijke waardigheid. Daarom hou ik van dit knielen en opgetild worden.
* Jongeren lijken te verlangen naar diepe verbondenheid, naar het mysterie. Hoe kan de kerk dat bieden zonder haar maatschappelijke betrokkenheid te verliezen?
‘Wat je in de Kerk ziet, is dat we elkaar allemaal nodig hebben. Sommige mensen zijn gepassioneerd voor sociale zaken, anderen voelen de opwinding van het herontdekken van aanbidding. Maar geen van beiden kan beweren de hele kerk te zijn. De één is als een vinger, de ander als een teen. Enkel samen zijn we één geheel.’
Tekst: Lucette Verboven
Met Bijzondere dank aan de website van Otheo
