Een bijzondere baby
Mag ik je kriebelen? Het hangt er van af wie en wanneer en waar gekriebeld wordt. Baby’s vinden het geweldig. Ze kunnen er uitgelaten om lachen, zonder enige gêne. De volwassenen doen daar met enthousiasme aan mee. Onweerstaanbaar is die lach van de kleine baby. Je wordt er zelf beter van. Wat kan het leven toch mooi zijn.
Het is allicht niet met eenzelfde uitgelatenheid dat we uitkijken naar de geboorte van de kleine Jezus. De beelden die we daarvan hebben stralen meestal ernst uit. Het gaat namelijk niet om zomaar een baby. We hebben nog even de ernst van de adventstijd in het achterhoofd. Deze baby is heel bijzonder! Dit blijkt uit de plechtige namen die hem werden toegedicht: Vredevorst, Messias, Zoon van God. De kleine Jezus zal er zijn spel niet voor laten! Spijtig dat we zo weinig weten over zijn eerste levensjaren. We kunnen enkel gissen.
Kerkelijke liturgie
Het kriebelen kan niet blijven duren. De kerkelijke liturgie heeft er voor gezorgd dat we de ernst van de zaak niet uit het oog verliezen. We werden daarop reeds voorbereid in de tijd die “advent” genoemd wordt. In het kerkgebouw hangt vier weken lang een ietwat sombere sfeer. De paarse kleur waarmee de altaartafel en lezenaar bedekt worden: het is ook de kleur van die andere periode die nog saaier is: de zogeheten veertigdagentijd. Tijd van vasten.
Er is veel ernst in de kerkelijke liturgie. Ook nogal wat somberheid. Vreemd is dat want beide paarse perioden zijn er toch als voorbereiding op de grootste feesten van het kerkelijk jaar: kerstmis en Pasen, de kernmomenten van ons christelijk geloof. Ondanks alle ernst kijken we vooral naar het enthousiasme van organisten, koorleiders en zangers die helemaal opgaan in hun muzikale kwaliteiten die de expressie moeten zijn van onze vreugde. Zowel voor kerst als voor Pasen. Leven en vreugde halen het van dood en somberheid.
Franciscus van Assisi
Staande bij de kerststal denken we allicht aan Franciscus van Assisi. Hij wilde het kerstverhaal tastbaar maken, omdat hij vond dat mensen te weinig oog hadden voor de menselijke aspecten ervan. Hij bouwde een stalletje met een os en een ezel en liet een baby in een voederbak neerleggen om het kindje Jezus uit te beelden. In die tijd (1223) was dit een schokkend schouwspel. Kijk maar naar afbeeldingen uit de 13e eeuw van de kleine Jezus. Boven de ingang van gotische kathedralen wordt Hij, gezeten op de arm van zijn moeder, afgebeeld als heerser van het heelal. Een rechter op een troon, ver verheven boven de mensen die onder zijn blik de kerk ingaan.
Franciscus corrigeert dit beeld. Voor hem is Jezus een arm mensenkind, kwetsbaar en afhankelijk. Hij ligt op stro, tussen een dampende os en een balkende ezel. Niet bóven de mensen, maar ónder hen. Niet in de kerk, maar in een grot. Niet in rijkdom, maar in armoede. Franciscus maakt van zijn Jezus’ geboorte een performance. Gedurfd. En voor die tijd ongehoord.
Maria en The Beatles
Over de levensloop van Jozef en Maria weten we nauwelijks iets. We kunnen wel veronderstellen dat Jezus een aantal karaktertrekken van zijn ouders heeft mee gekregen. We kennen uiteraard de cliché’s waarmee Maria werd opgezadeld. Ze wordt steevast voorgesteld als een eenvoudige, ietwat simpele en vooral vrome vrouw die geen vlieg kwaad zou doen. Van Jozef de naarstige timmerman wordt verteld dat hij Jezus zijn stiel leerde. Om bepaalde redenen werd hij voorgesteld als een oudere man die weduwnaar geworden was. Verder zien we het echtpaar enkel in de angstige momenten wanneer zij Jezus verloren waanden in de drukte van de bedevaart.
Ik stel me Maria eerder voor als iemand die het leven recht in de ogen zag en daar niet voor terug deinsde. Had ze in de 20e eeuw geleefd, ze zou ongetwijfeld het lied van The Beatles mee geneuried hebben toen ze thuis met de kleine Jezus alleen was: Let it be. Die kleine Jezus zou zich, eenmaal groot geworden dat liedje wel herinneren.
When I find myself in times of trouble, Mother Mary comes to me, speaking words of wisdom, let it be. And in my hour of darkness she is standing right in front of me, speaking words of wisdom, let it be.
Dat liedje deed haar iets. Zou die kleine peuter ooit vermoeden wat de toekomst brengen zou! Over de muzikale interesse van Jozef is niets geweten, maar hem kennende, mogen we vermoeden dat zijn voorkeur eerder ging naar Bram Vermeulen : “ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde”. Een typisch mannelijke reactie.
Jorge van Burgos
Er zijn in de loop van de geschiedenis ook heel andere stemmen geweest die er een beeld van Jezus op nahielden. Aldus, bij wijze van voorbeeld, de heel uiteenlopende visies op Jezus in het boek van Umberto Eco “De naam van de roos”. In opdracht van de Duitse keizer wordt de Franciscanermonnik William van Baskerville naar de benedictijnerabdij in Noord Italie gezonden om het aanslepend conflict over de beleving van de armoede te beslechten.
Jorge van Burgos is de blinde ex-bibliothecaris van de abdij die het verloren gewaande Poëtica van Aristoteles angstvallig verborgen houdt. De filosoof zou daarin lachwekkende figuren en situaties hebben besproken waardoor, naar zijn mening, verkeerde ideeën in omloop konden komen.
Geloof daarentegen is bloedernstig. Het moet absoluut gevrijwaard worden van alle lichtzinnigheid die er uit kon voortkomen. Jezus Christus kan nooit gelachen hebben. Dat is de positie van de ex-bibliothecaris. In het gesprek dat hij hierover voert met William van Baskerville staat hij rotsvast. Jezus Christus heeft nooit gelachen. Jorge zet alles in om deze overtuiging te vrijwaren. Hij gaat zover het boek van Aristoteles met dodelijk vergif in te smeren. Het blijkt dan dat hier de verklaring ligt van de mysterieuze sterfgevallen die zich in de abdij voordoen.
Het Vaticaan
Over geloof wordt niet gelachen. Er zijn verschillende bisschoppen wereldwijd gekend die de kerkelijke leer kost wat kost verdedigen. Wie het aandurft aan de leer te rommelen stelt het hele systeem in vraag. Dat moet koste wat het kost vermeden worden. Het heet dat we als gelovigen dankbaar moeten zijn om de helderheid van een onveranderbare leer. Zij biedt houvast. We danken het aan de grote concilies dat de ware leer zonder twijfel wordt doorgegeven.
Het moet gezegd : het gaat om een kostbaar erfgoed. Toch merk je dat er soms enige verbetenheid in doorklinkt. Het is deze onwrikbaarheid die bij sommige eminenties de toon zet is in de gesprekken die Rik Torfs met hen voert in zijn boek ‘”Het Vaticaan”. De leer staat niet ter discussie. Het kan gewoon niet. Sommige bisschoppen blijken in de gevoerde gesprekken een merkwaardige handigheid ontwikkeld te hebben om vervelende vragen te omzeilen.
Anderen knikken minzaam glimlachend, zeggend dat er natuurlijk altijd verdiepende studie mogelijk is om de volheid van de leer ten diepste te doorgronden. Deze laatsten heten de meest ruimdenkende kerkvorsten te zijn. Maar er zijn er ook die vinden dat zoiets gevaarlijk is. Het is alsof ze gebukt gaan onder het gewicht van de leer en nauwelijks nog enige levensvreugde genieten. Ik herinner me de monseigneur die in het gesprek gevraagd werd of hij ook vreugde beleefde aan zijn werk. Na enige aarzeling kwam het “ik voel me niet ongelukkig”. Pijnlijk.
Tot slot
Er zou wat meer gekriebeld mogen worden. Dat doet een mens lachen. Zoals het kindeke Jezus ligt te kraaien van plezier omdat zijn papa vals zingt wanneer hij Bram Vermeulen probeert te imiteren. Als er maar gelachen mag worden!
Ignace D’hert o.p. Met dank aan de website van Dominus Gent.
