Verzwegen fundamenten van de kerk

De vier evangelisten zijn het daar roerend over eens. Het zijn de vrouwen die als eersten bij het graf komen. Zij zijn het die zijn dode lichaam komen balsemen. Zij worden door engelen getroost in hun verdriet om hun gekruisigde vriend. Het zijn vrouwen die de opdracht krijgen de boodschap van de opstanding door te geven aan de leerlingen. Het zijn ook vrouwen die er bij waren toen hij gekruisigd werd. “Bij het kruis stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Kleopas, en Maria uit Magdala” ( Joh. 19,25-27).

Vrouwen in Jezus’ gezelschap

Tijdens zijn actieve leven is Jezus altijd ook door vrouwen omringd geweest. De mensen die met hem op weg zijn gegaan kunnen onmogelijk uitsluitend mannen zijn geweest. Lucas zegt het heel duidelijk. In zijn evangelie lezen we: ”De twaalf vergezelden hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna -, en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden” (8, 1-3).

Het is niet de enige plaats waar vrouwen nadrukkelijk genoemd worden. Bij Paulus in zijn brief aan de Romeinen lezen we: ”Ik beveel onze zuster Febe bij u aan, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën. Ontvang haar in de naam van de Heer, op een wijze die bij de heiligen pas. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want ze is velen tot steun geweest, ook mij.”(16, 1-3) Daarna volgt in de brief een hele resem namen van mannen en vrouwen die een verantwoordelijkheid opnemen in het leven van de gemeenschap. Van een hiërarchie is bij Paulus niets te merken (Rom. 16, 4-23).

Priesterschap voor vrouwen

Het geeft te denken over de gemeenschappen zoals we er vandaag voor staan. Het is duidelijk dat heel wat factoren van historische en culturele aard de feitelijke organisatie van het kerkinstituut hebben beïnvloed. Maar toch. Het zijn tot de dag van vandaag vrouwen geweest die de voornaamste en soms zelfs de enige steunpilaren zijn voor de geloofsgemeenschap. Toch vindt hun inzet meestal minder waardering dan deze van de priester: die is namelijk de enige die kan instaan voor het sacramenteel leven van de gemeenschap.

Dat het priesterschap een exclusief mannelijke aangelegenheid is wordt niet in vraag gesteld. Ondanks het feit dat het een discriminatie betekent ten aanzien van de helft van de menselijke gemeenschap. Dat een viering van de eucharistie enkel kan plaats vinden onder de leiding van een priester is er de logische consequentie van. Enkel hij heeft de bevoegdheid de sacramenten toe te dienen. Dààr een vraag bij stellen is op zich reeds ongepast…En toch is het verhelderend terug te kijken naar de oorspronkelijke inspiratie van de christelijke geloofsgemeenschappen.

Het is duidelijk dat Paulus daar een eigen visie over heeft. Niet de priester maar de gemeenschap staat voor hem op de eerste plaats. Eucharistie vieren is een gemeenschapsgebeuren. Het gaat er om samen de maaltijd te vieren waarin de gedachtenis van Jezus centraal staat. Paulus heeft het niet over een liturgische kalender die dient gevolgd te worden. Het gaat hem om de opbouw van de gemeenschap.

Gemeenschap als lichaam

Paulus roept op tot wederzijdse zorg en betrokkenheid onder elkaar in broederlijkheid en zusterschap. Waar dit niet het geval is aarzelt hij niet om mensen terecht te wijzen. Het blijkt uit zijn brieven. Het beeld van het lichaam is zijn inspiratie om de verschillende functies en diensten hun plaats te geven. Zoals een menselijk lichaam uit vele verschillende ledematen bestaat waarvan geen enkel kan worden gemist, zo ook de geloofsgemeenschap. In een lichaam zijn alle functies gelijkwaardig.(Rom. 12; 1 Kor 12).

Paulus’ zending

Paulus is er van overtuigd dat hij de goede boodschap van Jezus aan de hele wereld bekend moet maken. Jezus’ betekenis overstijgt de joodse gemeenschap. Ofschoon Paulus trouwe jood is gebleven heeft zijn “ontmoeting” met de verrezen Christus een nieuw perspectief geopend. In Jezus ziet hij de vervulling van de Thora. Hij heeft er met de joodse christenen van Jeruzalem nogal eens discussie over.

Maar Paulus gelooft in zijn zending naar de wijde wereld van zijn dagen. Dat wordt geen “walk in the park”. Zijn boodschap wordt niet zomaar begrepen, laat staan aanvaard. Er weerklinkt geen algemeen applaus wanneer ze hem aan het woord horen. De reizen die hij maakt openen ook voor hem een nieuwe wereld. Het blijkt in de correspondentie die hij voert met enkele gemeenschappen. Zijn brief aan de jonge gemeenschap te Korinthe is er een illustratie van.

Romeinse uitdaging

De brief dateert van 53-54. De Romeinen beheersen zowat het hele Middellandse zeegebied. Zij dicteren hoe het er in het politieke en sociale leven aan toe gaat. Daartoe hoort de vergoddelijking van de Romeinse keizer aan wie offers moeten gebracht worden. Voor een Joodse gelovige was dat zonder meer godslasterlijk. Paulus moet er overal waar hij komt tegen opboksen. Hij heeft een boodschap die haaks staat op de vanzelfsprekendheden van de Romeinse cultuur.

Voor de Romeinen zijn macht en aanzien, brood en spelen centrale waarden. In die wereld is de boodschap van Paulus compleet vreemd. Hem staan andere waarden voor ogen. Hij gelooft dat het mogelijk is dat mensen zorg dragen voor elkaar: voor de uitgerangeerde mens; voor de mensen die wegkwijnen van eenzaamheid. Ook voor wie in de ogen van de Romeinen van geen tel is. Naar Jezus’ voorbeeld wil hij medemens zijn voor wie niet gezien wordt, wie niet geliefd is. Hij heeft een boodschap die tijd en ruimte overstijgt.

Opstanding in Galilea

Centraal staat voor Paulus de gemeenschap als het levende lichaam van Christus. De enige authentieke relikwie die van Jezus bewaard is gebleven is de levende gemeenschap. Paulus vindt hierin een kostbare schat die hij aan zijn broeders en zusters wil doorgeven. Verrijzenisgeloof is niet in eerste instantie een triomfkreet. Het is veeleer de concrete trouw aan het voorbeeld en de inspiratie van Jezus. Zo klonk het ook reeds in het verhaal van de getuigen bij het lege graf. Zij worden van het graf weggewezen naar hun alledaagse bezigheden: “Hij gaat u voor naar Galilea, dààr zult ge hem zien”. De geschiedenis zelf is de toetssteen voor de geloofwaardigheid van het verrijzenisgeloof. Opstanding is geen spektakelgebeuren. Het gebeurt al dan niet in het gewone leven van mensen.

Na de paasvieringen staan we opnieuw voor de uitdaging het verhaal van Jezus van Nazareth waar te maken en door te geven. Dat geldt zowel voor ons persoonlijk leven als voor onze inzet voor de medemens. We hopen dat onze inzet voor gerechtigheid en vrede, hoe bescheiden ook, mag bijdragen tot een betere wereld. Mogen we die hoop overeind houden in de komende tijd.

Ignace D’hert o.p.
26/04/2026

Scroll naar boven