Elk jaar weer opnieuw nodigt de advent ons uit om op weg te gaan,
om de kille samenleving te doorbreken en de warmte op te zoeken
van vriendschap, genegenheid en solidariteit.
Wij worden opgeroepen
om de duisternis te doorbreken van de blinde zakelijkheid
en op zoek te gaan naar het licht van hoop en toekomst voor elke mens.
Zo kan de wereld telkens weer een nieuwe start maken,
zoals de geboorte van een kind
het begin van een nieuwe toekomst inluidt.
Ontmoet God in je binnenste
Als mensen erin slagen om bij zichzelf thuis te komen en eventjes naar hun eigen innerlijke schoonheid te kijken, dan gebeurt er iets wonderlijks: zij worden gezegend met echte mededogen met wie zij, in al hun kwetsbaarheid, eigenlijk zijn.
Dit mededogen schept dan op zijn beurt een ruimte waar zij God in hun hart kunnen welkom heten.
Het is alsof zij zich eerst van dit wonderlijke gebeuren in hen bewust moeten worden, en dan eraan toe zijn om met die verbazingwekkende God in contact te komen. Hun nieuwe relatie met zichzelf brengt hen tot een vruchtbare vriendschap met Hem die hen steeds weer geroepen heeft.
Die reis naar je binnenste doe je niet van de ene op de andere dag. Al is de afstand tussen je hart en je hoofd maar enkele tientallen centimeters groot, het kost ons jaren eer we onze gevoelige kern bereiken. Ik dacht lange tijd dat God toch niet bijzonder van de wereld kon houden, omdat die niet geestelijk genoeg was. Eerst later kwam ik langzaam tot het besef dat God de wereld uit liefde had geschapen, en dat hij vol hartstocht overal sporen van zijn liefde had achtergelaten.
De mensen en gebeurtenissen in mijn dagelijks leven waren al wel tekens van God. Had ik meevoelende aandacht besteed aan mijn verlangens en mijn vreugde, dan had ik daarin de symfonie van Gods eigen oneindige vreugde gehoord. God was heel intiem betrokken bij mijn leven, maar ik besefte niet welk een innerlijke rijkdom er in mij schuilging. Om God te vinden moest ik de wereld niet verlaten, maar bij Hem thuiskomen – en bij mezelf – en God was daar, wachtend op mij. (N. Sintobin s.j)
Ter overweging
Getuigen van het Licht
Een man, bijgenaamd de Doper,
staat aan de oever van de Jordaan.
Een profeet, die de weg wijst
naar een nieuw Beloofd Land.
Opnieuw moet zijn volk
door het water heen trekken.
De Doper dompelt mensen onder
tot een nieuw bestaan.
Hij haalt hen door het duister
en zegt nieuw Licht aan.
In woord en in daad getuigt hij
dat leven in Gods Licht
nieuw perspectief biedt.
Hijzelf is niet het licht,
hij is eerder richtingwijzer.
Hij doopt mensen
om andere wegen te gaan:
wegen van licht, van toekomst.
Hij maakt als Godsgezant
mensen attent op
de Mens van God bij uitstek.
Johannes getuigt van het Licht,
dat deze Mensenzoon uitstraalt
en geeft aan wie in het duister zit.
Hij roept op om naar Hem uit te zien;
dat Hij niet langer
een Onbekende, Onbeminde, is,
maar een Licht,
dat alle duisternis overwint.
De Doper is daarvan de aanzegger:
Johannes is zijn naam.
( Wim Holterman osfs)
