Zalig niets doen…

“Ik kom tijd tekort’.
Het geijkte antwoord van de pas gepensioneerde op de vraag hoe het nieuwe leven bevalt.
Het kan waar zijn, ik heb daar niet van terug.
Er zijn nu eenmaal mensen met veel hobby’s; een grote familie; (klein)kinderen in de buurt of een omvangrijk vrijwilligersnetwerk.
Het antwoord heeft iets van superieure triomf: ik hoef me niet te vervelen.

Het ‘spook van de middag’ zoals monniken het vroeger noemden, volledig onder controle.
Het zalig nietsdoen, dat ooit het voorrecht was van de happy-few blijkt minder zalig dan tevoren werd ingeschat.
Je dag invullen is voor velen niet zo simpel als het lijkt.
Zelf structuur aanbrengen; voldoening halen uit bezigheden die maatschappelijk niet zoveel om het lijf hebben.

Thuiszitten met niets om handen; daar kies je toch niet voor. Zeggen dat je met je tijd geen raad weet, is zoiets als vloeken in de kerk.
Je zou je af kunnen vragen. Hoe het komt dat we altijd iets moeten doen?
Welke onrust, welk verlangen is het dat ons drijft?  Zegt het iets over onze christelijke cultuur?
Ledigheid is des duivels oorkussen, zo heette het in mijn jeugd. Zijn we daardoor besmet of toch bang voor de zinloosheid, voor de stilte van de levensavond, bang om  sombere gedachten toe te laten?

‘Ik kom tijd tekort’, het zegt misschien vooral hoe je gewapend bent tegen de eenzaamheid. Hoe je vasthoudt aan je positie, je aanzien van vroeger. En niet wil weten, hoe het zal zijn als je een fase verder bent, tijd overhoudt en vluchten niet meer kan. Filosofen die de levenskunst tot onderwerp van studie hebben gemaakt brengen iets onder de aandacht dat we bijna zijn kwijtgeraakt.
Voor hen is lege tijd geen bedreiging maar veeleer een ‘must’. Er is een soort verveling die noodzakelijk is, je moet die niet te snel willen verdrijven. Er zijn twee houdingen mogelijk.
Je kunt je onbehagen ontkennen en te lijf met alle middelen die de moderne samenleving voorhanden heeft. Onze amusementscultuur speelt daar handig op in. Elk weekend, zeker in de zomermaanden worden we beziggehouden met jaarmarkten, bierproeverijen, wijnfeesten, culturele trekpleisters, festivals, rommelmarkten.
Je kunt ook, zo zeggen mijn bronnen, accepteren dat niet alle tijd gevuld hoeft te worden en zelfs plezier krijgen in het nietsdoen.
Er is training voor nodig om te verwijlen bij de dingen; om alle overbodige informatie buiten de deur te houden; om niet meegezogen te worden in wat men ons opdringt aan oppervlakkig vermaak.

Lege tijd is geen verloren tijd; het kan vruchten afwerpen. Gedachten en gevoelens laten gaan. Een verloren uurtje, het geeft kansen om creatief te zijn; geeft ruimte in je hoofd. Nadenken over wie je bent en de weg die je gaat. Toeschouwer van het eigen leven, het maakt een ontmoeting mogelijk met jezelf en misschien wel met iemand vlak naast je. Even authentiek en zonder franje.

Nietsdoen is niet negatief. Hangplekken hebben een functie, ook thuis en zijn niet aan leeftijd gebonden.

Ter overweging 

Aan de rand van het kerkgebeuren
staan mensen met een warm hart en grote ogen.
Zij zoeken naar een stukje onvervalste boodschap.

Wij hebben die boodschap ontvangen
en dragen die uit.
Maar we hebben ze wel verpakt
in kerkdienst en geboden.
En die lijken voor mensen aan de rand
hinderlijk en overdreven.

Wij zijn maar niet in staat
om onvervalst de blijde boodschap
uit te dragen.
Wij hebben zelf nog niet ontdekt
wat God betekenen kan
voor elke mens van goede wil.

Wij zijn te arm
om het onvervalste evangelie te beleven.
Want wij staan zelf aan de rand
van wat Jezus heeft genoemd:
het koninkrijk van God.

Zolang wij randchristenen zijn,
zullen er ook
randkerkelijken zijn.   ( Naar Manu Verhulst)

Scroll naar boven